Hinder door bomen in tuin

Printvriendelijke versie

In het dichtbevolkte Nederland, en dan vooral in de grote steden, is de oppervlakte van de achtertuinen in nieuwbouwwijken vaak vrij gering. Dikwijls wordt er bij de inrichting van deze achtertuinen niet bij stilgestaan, dat de bomen die worden geplant over een aantal jaren zijn uitgegroeid tot forse exemplaren. Buren beginnen dan te klagen over vermindering van lichtinval of het omhoog duwen van de tegels in de tuinen door de wortels van de bomen.

U raadt het al. Een burenruzie is dan snel geboren. Dat je als buren in dichtbevolkte gebieden enige hinder mag verwachten en moet dulden, wordt niet door iedereen als vanzelfsprekend aanvaard. Niet altijd kan men vorderen dat de bomen worden verwijderd of de wortels worden doorgezaagd.

Alleen als deze hinder onrechtmatig is, kan hiertegen worden opgetreden. De Hoge Raad (het hoogste rechtscollege in ons land) heeft zich hierover in het verleden duidelijk uitgesproken.
Om te kunnen beoordelen of er sprake is van onrechtmatige hinder, zal van geval tot geval rekening moeten worden gehouden met de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor veroorzaakte schade.

De algemene opvatting is dat de aanwezigheid van “groen” in een woonwijk het leefklimaat ten goede komt. Men zal dan ook voor lief moeten nemen dat hoge bomen het zonlicht deels beperken en met name in de herfst voor veel bladval zorgen. Zijn de bomen uitzonderlijk hoog en is men daardoor verstoken van zonlicht of is de hoeveelheid groenafval buitensporig, dan zou sprake kunnen zijn van hinder, die maatschappelijk als onbetamelijk gekwalificeerd moet worden.

Voorkomen is vaak beter dan genezen. Raadpleeg eerst de notaris, als u van plan bent een vordering in te stellen tegen uw buurman. Goed overleg lost meestal het probleem op.

Bron: Rechtbank Rotterdam, 27 november 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:9184