Verrekening bron van onenigheid bij echtscheiding

Printvriendelijke versie

In veel huwelijkse voorwaarden is opgenomen dat echtelieden elke gemeenschap van goederen uitsluiten. Die afspraak kan ook zijn aangevuld met een periodiek verrekenbeding. Dat betekent dat zij periodiek, bijvoorbeeld eenmaal per jaar, het overgespaarde inkomen van beiden met elkaar verrekenen. Er wordt dan ook opgenomen dat de verrekenplicht vervalt als een van beiden een verzoek tot echtscheiding indient. Wat zou er nog mis kunnen gaan?

Bij een daadwerkelijk verzoek tot echtscheiding gebeurt het toch vaak dat een van de partners meent dat er wel een verrekening moet plaatsvinden. Als argument wordt dan gegeven dat het periodiek verrekenbeding door de echtscheiding eigenlijk een finaal verrekenbeding is geworden, dat wil zeggen dat er afgerekend wordt bij het einde van het huwelijk.

In een recente zaak voor het Hof Amsterdam stond deze vraag ook ter discussie. Net als in heel veel andere geschillen kwam het hier ook weer neer op de bewoording van de huwelijkse voorwaarden en de geuite bedoelingen van de partijen bij het aangaan van de huwelijkse voorwaarden. In de betreffende akte stond overduidelijk in de akte de afspraak dat er in geval van echtscheiding geen afrekening zal plaatsvinden en ook geen vorderingen ten opzichte van elkaar hoeven te worden voldaan. Dat zou ook gelden voor verrekening van pensioenaanspraken. Daarnaast bleek uit de gespreksverslagen bij de notaris dat partijen ingeval van echtscheiding zo min mogelijk van elkaar te vorderen zouden hebben.

Hoewel de wens tot verrekening van de zich benadeeld voelende partner begrijpelijk was, achtte het Hof de bedoelingen van partijen bij het aangaan van de huwelijkse voorwaarden belangrijker en hoefde er geen verrekening plaats te vinden.

Wilt u meer weten over het ondubbelzinnig vastleggen van uw wensen in huwelijkse voorwaarden? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Bron: RFR 2014/12, GHAMS:2014:3712