Voorzien in eigen levensonderhoud vanwege ontbreken alimentatietermijn

Printvriendelijke versie

Wie bij echtscheiding niet vastlegt hoe lang de termijn voor onderhoudsbijdrage moet duren, heeft niet automatisch de maximale termijn van twaalf jaar recht op een bijdrage. Er kunnen omstandigheden zijn die een bepaalde termijn rechtvaardigen, maar die zijn wel eindig. Dat blijkt uit een uitspraak over partneralimentatie aan een vrouw die tijdens de scheiding nog studeerde.

In deze situatie ging het over een vrouw die na dertig jaar huwelijk ging scheiden en twee jaar na de echtscheiding zou kunnen afstuderen. De rechter heeft daarop de alimentatieverplichting twee jaar na de scheiding op nihil gesteld. Op grond van de mogelijke afstudeerdatum kon volgens de rechtbank van de vrouw verwacht worden dat zij na twee jaar in haar eigen levensonderhoud zou kunnen gaan voorzien. Het feit dat dit helemaal niet zo gebeurde, en dat de vrouw door de echtscheiding en de daarmee verband houdende problemen een jaar na de verwachte afstudeerdatum nog steeds niet was afgestudeerd, doet daaraan niets af. De vrouw had vervolgens overtuigend en duidelijk bewijs moeten leveren dat zij voldoende geprobeerd heeft om een baan te vinden. Aangezien zij dit niet kon bewijzen, vond het hof dat de studievertraging voor rekening van de vrouw hoort te komen.

Uit deze uitspraak blijkt hoe belangrijk het is om in het echtscheidingsconvenant de termijn van alimentatieverplichting vast te leggen. Wilt u dergelijke problemen voorkomen of hier meer over weten? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Bron: Opmaat Personen- en familierecht, GHSHE:2014:542