Uitbrengen rechtskeuze bij huwelijk blijft nodig!

Printvriendelijke versie

Op 29 januari 2019 treedt er een nieuwe regeling in werking op het gebied van huwelijksvermogensrechtsstelsels, de ‘Verordening huwelijksvermogensstelsels’ (VHV). Deze verordening geldt voor alle huwelijken die op of na 29 januari 2019 worden gesloten.

In de Verordening is ook een artikel opgenomen waarmee bepaald kan worden wat het toepasselijk recht is als echtgenoten zelf geen rechtskeuze uitbrengen.

Hoofdregel is dat op het huwelijksvermogensstelsel het recht van de staat van toepassing is, waar de echtgenoten na de huwelijkssluiting hun eerste gewone gemeenschappelijke verblijfplaats hebben. Dat is niet altijd makkelijk te bepalen, zeker niet als een stel trouwt en bijvoorbeeld nog blijft wonen, werken en studeren in verschillende landen. Er is nog geen richtlijn uitgevaardigd die bepaalt wanneer er precies sprake is van die eerste verblijfplaats.

Het is dus verstandig om ook nu al bij het maken van huwelijksvoorwaarden een rechtskeuze uit te brengen voor het toepasselijke huwelijksvermogensstelsel. Op basis van de nieuwe verordening kan worden gekozen voor de toepasselijkheid van het recht van de staat waar de gewone verblijfplaats van een of beide (toekomstige) echtgenoten zich bevindt, of het recht van de staat waarvan een van de (toekomstige) echtgenoten de nationaliteit heeft, op het tijdstip van het aangaan van de huwelijksvoorwaarden.

Heeft u trouwplannen? Wij lichten u graag tijdig voor over de mogelijkheden.

Bron: FTV 2016(12) 53