Statuten bepalen of afdelingsbestuur zich moet houden aan besluit hoofdbestuur van vereniging

Printvriendelijke versie

Het verenigingsland is een heel divers land. Het varieert van kleine zelfstandige verenigingen in steden, dorpen en buurten tot grote landelijke verenigingen met regionale en plaatselijke afdelingen. Dat leidt wel eens tot onenigheid over naleving van een besluit op hoger niveau door afdelingen op regionaal of lokaal niveau.

Zo speelde een zaak waarin het hoofdbestuur van een landelijke vereniging besloot om de administratie voortaan via een aan de afdelingen opgelegd nieuw softwareprogramma te gaan doen. Dat was tegen het zere been van een van de afdelingsbesturen. Die weigerden, met als gevolg een juridisch gevecht met het hoofdbestuur die afgifte van de administratie eiste.

Als de wet of statuten van een vereniging bevoegdheden aan het bestuur toekennen, zijn ook andere organen van die vereniging daaraan gebonden. Dat gaat zelfs zover dat het ook voor verenigingen met afdelingen zonder rechtsbevoegdheid bindt. In de betreffende zaak kon de afdeling hoog en laag springen, zij moesten zich neerleggen bij het landelijk genomen besluit.
Deze casus laat zien dat het belangrijk is om tijdig en goed met elkaar te bezien welke bevoegdheden de hoofdvereniging heeft en welke bevoegdheden aan de afdelingen toekomen en dat ook vast te leggen in de statuten.

Wilt u meer weten over de bevoegdheden van uw verenigingsbestuur of die van uw afdelingen? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Bron: Opmaat 4/1/18 2018/0008 ECLI:NL:RBAMS:2017:6823.