Erfdienstbaarheid niet altijd weg als heersend en dienend erf in één hand komen

Printvriendelijke versie

Met een erfdienstbaarheid wordt geregeld dat u bijvoorbeeld een recht van overpad bij uw buurman heeft om op uw grond te komen. Een erfdienstbaarheid kan ontstaan door vestiging (afspraak in akte) of verjaring (bijvoorbeeld jarenlang gebruik van een overpad). Dat recht is dan bij het kadaster bekend en moet bij verkoop meegenomen worden. Degene die het recht krijgt is dan “het heersend erf” en degene die het recht moet geven “het dienend erf”. De vraag is of de erfdienstbaarheid kan verdwijnen als het heersend erf en het dienend erf dezelfde eigenaar krijgen.

De Rechtbank Noord-Holland sprak zich onlangs uit in een zaak waarin iemand een huis had gekocht waarop meer dan 35 jaar daarvoor een erfdienstbaarheid was gevestigd ten laste van een perceel dat ook zijn eigendom was geworden. Zowel het huis als het betreffende perceel was meer dan tien jaar voordien eigendom geworden van een woningstichting. De woningstichting had het perceel altijd aan derden in gebruik was gegeven aan een derde. Deze derde vroeg de rechtbank om instandhouding van de erfdienstbaarheid.
Voor de rechter is van belang of door de vermenging van eigendom van het heersende en dienende erf de erfdienstbaarheid zinloos is geworden. Dat is niet het geval als het heersende erf niet door de eigenaar maar door een ander wordt gebruikt. In de zaak waarover de rechter zich moest uitspreken was dit laatste de situatie. De erfdienstbaarheid bleef bestaan.

Wilt u meer weten over het vestigingen, bestaan of tenietgaan van een erfdienstbaarheid? Bel ons voor het maken van een afspraak.